De oceaan begrijpen begint bij het erkennen van onzekerheid. Nu de zeespiegel stijgt en klimaatverandering versnelt, groeit de behoefte aan betrouwbare kennis over wat er in zee gebeurt – en wat dat betekent voor ons leven op het land. Promovendus Jackie Ashkin onderzoekt hoe oceaanwetenschappers die kennis maken en gebruiken.

Ashkin is verbonden aan het Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies (CWTS) en heeft een achtergrond in antropologie. In plaats van zelf oceaanmetingen te doen, volgt zij het dagelijkse werk van oceaanwetenschappers. Hoe verzamelen zij gegevens? Hoe bouwen zij computermodellen? En hoe beïnvloeden beleid, financiering en infrastructuur hun onderzoek?

Waarom oceaankennis Nederland raakt

De oceaan lijkt ver weg, maar de gevolgen van veranderingen zijn dichtbij. Het smelten van het Antarctische ijs kan via zwaartekrachteffecten de zeespiegel in Europa beïnvloeden. Voor Nederland, waar een kwart tot een derde van het land onder zeeniveau ligt, is dat cruciale informatie.

Om zulke processen te begrijpen, gebruiken wetenschappers grootschalige computermodellen. Daarmee simuleren ze stromingen, temperatuurveranderingen en ijsmassa’s. Die modellen vormen de basis voor voorspellingen over zeespiegelstijging en helpen overheden bij het maken van beleid.

Modellen zijn mensenwerk

Ashkin laat zien dat die modellen niet neutraal of vanzelfsprekend zijn. Ze worden ontwikkeld binnen specifieke onderzoeksomgevingen. Wie betaalt het onderzoek? Wie heeft tijd en toegang tot data? Welke meetgegevens zijn beschikbaar, en welke niet? En wie beschikt over de rekenkracht om complexe simulaties uit te voeren?

Al deze factoren beïnvloeden wat wetenschappers kunnen weten – en wat niet. “Kennis over de oceaan ontstaat niet alleen op zee of achter de computer,” laat Ashkins onderzoek zien, “maar ook in vergaderingen, subsidieaanvragen en internationale samenwerkingen.”

Leven met onzekerheid

Volgens Ashkin betekent de oceaan kennen ook leren omgaan met onzekerheid. Computermodellen geven scenario’s, geen zekerheden. Toch zijn ze onmisbaar voor het voorbereiden op de toekomst.

Haar promotieonderzoek maakt deel uit van het Europese project Fluid Knowledge (2019–2025), geleid door hoogleraar Sarah de Rijcke. Het project onderzoekt hoe het vakgebied van de oceaanwetenschap zich ontwikkelt en hoe wetenschapsbeleid dat proces beïnvloedt.

Door zichtbaar te maken hoe oceaankennis tot stand komt, draagt Ashkin bij aan een bredere maatschappelijke vraag: hoe nemen we beslissingen over klimaat en zeespiegelstijging in een wereld vol onzekerheid?